Naar Van Vugt & Van Hulten

nieuws

Geen renteaftrekbeperking binnen internationale fiscale eenheid

Bij twee zaken voor het Europees Hof van Justitie (HvJ EU) stond de vraag centraal of Nederland bepaalde specifieke voordelen van het fiscale eenheidsregime mocht weigeren. Dit vanwege het feit dat een belastingplichtige door een grensoverschrijdende situatie geen fiscale eenheid kon aangaan met een buitenlandse dochtervennootschap. In de zaak over de niet-aftrekbaarheid van een valutaverlies op een Engelse deelneming oordeelde het HvJ EU dat Nederland de aftrek van een valutaverlies in een grensoverschrijdende situatie mocht weigeren. Het oordeel in de zaak over het niet toestaan van renteaftrek door werking van de renteaftrekbeperking van artikel 10a van de Wet Vpb pakte echter voor Nederland negatief uit. Nederland handelde in strijd met de vrijheid van vestiging en moest van het HvJ EU, ondanks de ‘besmette rechtshandeling’, alsnog renteaftrek toestaan.
Reparatiewetgeving wordt ingevoerd.

Van misdaad afkomstig bewijs mocht belastingdienst niet gebruiken

Het Hof Arnhem-Leeuwarden vernietigde opgelegde navorderingsaanslagen. Dit omdat de fiscus op onrechtmatige wijze had geweigerd de naam van de tipgever bekend te maken. De Hoge Raad oordeelde dat het niet bekend maken van de naam van de tipgever onvoldoende aanleiding was om de aanslagen in deze zaak te vernietigen en verwees de zaak naar Hof ‘s-Hertogenbosch. Die besliste recent dat het bewijsmateriaal dat de belastingdienst van de tipgever had gekocht, in dit geval niet mocht worden gebruikt voor de aanslagoplegging. De tipgever had een misdrijf gepleegd bij het verkrijgen van het bewijsmateriaal. De belastingdienst had dus betaald voor bewijsmateriaal dat uit een misdrijf afkomstig was. Dat had niet altijd tot gevolg dat het bewijsmateriaal van gebruik zou worden uitgesloten, maar hing af van een beoordeling van de gemaakte belangenafweging. Aan de ene kant was er dan het belang van juiste belastingheffing en het bestrijden van belastingontwijking; aan de andere kant mocht crimineel gedrag niet worden beloond. De belastingdienst moest de rechter inzicht geven in de gemaakte belangenafweging. Dat was hier niet voldoende gedaan. Zo was geen inzicht gegeven in de beloningsafspraak die met de tipgever was gemaakt, terwijl volgens de eerdere uitspraak van de geheimhoudingskamer van de rechtbank die informatie wel volledig prijsgegeven had moeten worden. Daarom moest hier worden geoordeeld dat de belangenafweging zodanig was tekortgeschoten dat was voldaan aan het ‘zozeer-indruist’-criterium. Daardoor mocht het bewijsmateriaal in deze zaak niet worden gebruikt. De opgelegde aanslagen werden vernietigd.

uitspraak:

Nieuwe regelgeving voor BTW en cadeau/kortingsbonnen

De Tweede Kamer heeft op 15 februari 2018 ingestemd met nieuwe regels met betrekking tot vouchers. De regels zouden een einde moeten maken aan een aantal onduidelijkheden voor de heffing van BTW waarbij vouchers (waaronder cadeau- en kortingsbonnen), als tegenprestatie worden gebruikt. De nieuwe regels hebben in het bijzonder betrekking op de definitie en de soorten van vouchers, het al dan niet heffen van BTW bij transacties met vouchers en de maatstaf van heffing bij belaste transacties met een voucher. Hoofdregel bij vouchers voor eenmalig gebruik is, dat BTW is verschuldigd bij uitgifte. Het wetsvoorstel moet 1 januari 2019 in werking treden.

tekst:

Kosten incontinentieluiers aftrekbaar

In een aangifte inkomstenbelasting over 2014 werden specifieke zorgkosten in aanmerking genomen. Die hadden betrekking op onder andere uitgaven voor ‘Tena Lady’. Die waren bij de apotheek gekocht. De fiscus accepteerde de aftrek niet. In beroep oordeelde de rechtbank dat de uitgaven voor de Tena Lady wel aftrekbaar waren. De fiscus stelde beroep in tegen de aftrekbaarheid van het incontinentiemateriaal. Volgens Hof Den Haag was incontinentie het gevolg van een verstoring van de normale lichaamsfunctie van de mens. Dit was een gevolg van ziekte of invaliditeit. Er was aannemelijk gemaakt dat het gebruikte incontinentiemateriaal een hulpmiddel van zodanige aard was dat het hoofdzakelijk door zieke of invalide personen werd gebruikt. Het gebruikte incontinentiemateriaal had geen betrekking op een zorgvorm die zou vallen onder het verplicht te verzekeren risico op grond van de Zorgverzekeringswet. De wettelijke aftrekbeperking was daardoor niet van toepassing. De kosten voor Tena Lady waren aftrekbaar.

uitspraak:

Schade kon waarde auto tbv BPM verminderen

Een BV deed aangifte BPM voor de registratie van een uit een andere EU-lidstaat afkomstige personenauto. De auto was door de BV gekocht voor € 65.000 (exclusief BTW en BPM). Bij de aangifte werd een taxatierapport gevoegd. Daarin was de handelsinkoopwaarde (€ 67.398) bepaald aan de hand van de koerslijst Eurotaxglass’s (€ 71.484) minus schade (€ 4.086). De fiscus nodigde de BV uit om de auto te laten hertaxeren. Daar ging de BV niet op in. De fiscus accepteerde daarom de schade niet. Voor de rechter was in geschil of de naheffingsaanslag BPM van € 831 terecht was. In hoger beroep oordeelde Hof ‘s-Hertogenbosch dat de BV door niet te voldoen aan de toonplicht haar bewijspositie had verzwakt. Dat betekende echter nog niet dat de fiscus aan de door de BV gestelde waardevermindering in verband met schade zomaar voorbij kon gaan. Die schade kon ook aan de hand van foto’s aannemelijk worden gemaakt. Omdat op de foto’s niet goed was te zien dat sprake was van meer dan normale slijtage kreeg de fiscus toch het voordeel van de twijfel. Vanwege het ontbreken van Nederlandstalige handleidingen en software werd de schade nog wel vastgesteld op een bedrag van € 254 inclusief BTW.

uitspraak: